Reistijdbeleving als beleidsinstrument

Uit de theorie van tijdbeleving weten we dat mensen de tijd slecht kunnen schatten, maar ze kunnen wel aangeven of iets lang of kort duurt. Het is deze subjectieve tijdbeleving die de keuze bepaalt voor een bepaalde vervoerwijze, route of tijdstip.

 

Wanneer mensen zich verplaatsen langs een saaie, monotone route, dan krijgen de hersenen weinig prikkels te verwerken, ontstaat verveling en lijkt de verplaatsing langer te duren. Anders is het wanneer mensen een verplaatsing maken langs een aantrekkelijke, afwisselende route. Dan ontvangen de hersens voldoende positieve prikkels, waardoor de route korter lijkt dan die eigenlijk is, ook al duurt de reis op de klok net zo lang als de saaie en drukke route.

 

Belangrijke vraag hierbij is: wat bepaalt of iemand een route wel of niet aangenaam vindt? Goudappel Coffeng heeft samen met NS, ThuisraadRO en de UvA samen met twaalf overheden onderzoek gedaan naar de reistijdbeleving van fietsers. Hiervoor zijn 24 fietsroutes gefilmd en gebruikt in een landelijke enquête. De resultaten van het onderzoek kunnen worden toegepast in verkeersmodellen en MKBA’s, en bij het opstellen van fietsbeleid en het uitvoeren van fietsmaatregelen. Tijdens deze sessie presenteren we de resultaten van het onderzoek.

Sprekers:

Laura Groenendijk en Bas Govers | Goudappel Coffeng