Trein en fiets: de vervoersmiddelen van de toekomst

Trein en fiets: de vervoersmiddelen van de toekomst

“Mobiliteit neemt nog veel meer toe. Maar met veel betere fietspaden en veel beter vormgegeven treinen, kunnen steden en regio’s tegelijkertijd (economisch) gezonder en leefbaarder worden”, stelt Francine Houben, creatief directeur en architect bij Mecanoo.

Zij reist de wereld rond en vertaalt mondiale trends naar een visie op het Nederlandse ‘stedennetwerk’. Dit heeft nog prachtige kansen in het verschiet. Houben ontleedt de achterliggende mechanismes.

Francine Houben praat bevlogen. “Hoeveel tijd heb je? Want ik kan hier uren over praten.” We bakenen de tijd af en Houben steekt van wal. “Wereldwijd zie ik een trek naar de steden. Dat betekent dat mobiliteit gaat toenemen, zowel in de steden als van en naar de steden. Steden kunnen een groei van het autoverkeer niet aan. Treinen en fietsen zijn de vervoersmiddelen van de toekomst.” De trein zal het winnen van Europees vliegen, voorziet Houben. “Maar dan moeten we ons nationale treinnetwerk wel ‘connected’ maken met het netwerk van Duitsland, België en de andere Europese landen. Die uitbreiding is essentieel.” 

Het tweede winstpunt van de trein is het comfort dat het kan bieden. Op dit vlak werkt Houben zelf actief in partnerverband aan een ‘schaalsprong’ in treinreisbeleving. “Met NS en Gispen buigen we ons de afgelopen jaren over het interieur van de trein. De status? Het zit in de ‘serieuze onderzoeksfase’. De eerste impressies staan op internet en zijn in oktober gepresenteerd tijdens de Dutch Design Week.

“We komen tot verschillende modules waarin reizigers naar keuze hun treinreis als ‘eigen tijd’ kunnen beleven en ervaren. Deze modules zijn universeel toepasbaar op elk type trein en kunnen zelfs per ‘bak’ verschillen. Zo is het voor passagiers naar Schiphol handiger als ze met veel bagage op vloerhoogte kunnen in en uitstappen en verblijven, terwijl mensen met alleen een laptop of een boek bij zich het geen probleem zullen vinden om in een dubbeldekker te zitten en er een trapje voor op of af te moeten lopen. We hebben de wensen en activiteiten van reizigers goed bestudeerd en komen tot meerdere verbeteringen. Het huidige interieur van treinen is nog erg gericht op gezinnen met kinderen. En kijk eens in de halletjes, waar je misschien nog net op een klapstoeltje mag zitten als je bij je fiets wilt blijven. Dat voelt als een minderwaardige wachtkamer.” Houben en haar team hebben ook gekeken naar meer capaciteit op drukke momenten en vonden oplossingen voor ‘iets tussen zitten en staan".

Houben: “De trein is en blijft dus een essentieel vervoersmiddel van en naar stedelijke gebieden, en om naar de natuur te gaan”, haast ze zich te zeggen. “Loopt er een spoorlijn, zorg dat er ook natuurstations zijn en zet er fietsen neer, zodat je terug kunt op de fiets.”

Dat brengt Houben op het thema fiets. De tweede modaliteit die nog veel méér te bieden heeft. “Ik ben groot voorstander van regionale fietssnelwegen. Ik werk in Delft en woon in Rotterdam. Een prachtige afstand om te fietsen. Ook voor studenten, maar dan moet je de fietspaden zien die er nu liggen: te smal, gevaarlijke onlogische bochten en soms met losse tegels. De fiets maakt een geweldige ontwikkeling door, maar er gebeuren ook veel ongelukken. Er is alle reden om de fiets verder te stimuleren: het is democratisch, goedkoop en het bevordert de gezondheid. Het verbaast me dan ook zeer dat sommige fietsroutes er nog zo bijliggen. Als ik naar Delft fiets, denk ik: wie gaat hierover en kan dit niet anders? Ik vraag niet om een dure brug! Hoeveel ongelukken moeten er nog gebeuren voordat dit wordt aangepakt? Het is niet eens duur.”

“En werk samen!” Houben refereert aan de onlangs uitgereikte Grote Rotterdam-Maaskantprijs aan het collectief van 12 ‘makers’ dat het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ trekt. Deze ‘makers’ variëren in functie van wethouder, dijkgraaf, hoofdingenieur, landschapsarchitect, communicatie-expert tot boer. De jury over dit collectief: ‘De kracht van zo’n aanpak wordt in Nederland nog té weinig onderkend’.

“We leggen in Nederland nog te slecht verband tussen economie, mobiliteit en achterstandsgebieden op allerlei vlakken. Het ontbreken van goede mobiliteit in die gebieden zou best eens een belangrijke oorzaak kunnen zijn. Slechte mobiliteit heeft immers grote impact, niet alleen op gezondheid maar ook op participatie.”

We hebben het nog niet over de auto gehad. “Ik zie wereldwijd dat er in steden waar meer gebruik wordt gemaakt van ov en fiets ook een hogere kwaliteit van leven is. En ook omgekeerd: steden die in de problemen komen zijn vaak autogerelateerde steden. Maar ook de auto ontwikkelt zich hoopvol. Ik signaleer autoconcepten, waarbij je zo nodig een auto naar wens kunt huren. Ga je in het weekend met je gezin op pad, dan huur je een auto die bij die reis past. Geen bezit, maar gebruik. Dat schept ruimte!”

permalink

Naar het overzicht

Terug naar boven